Bezoek aan het Children Cancer Center
Afgelopen december bezocht ik samen met mijn familie het Children Cancer Centre in Kathmandu. Na een korte zoektocht in een afgelegen wijk worden we ontvangen door Anamika, die ons direct meeneemt in het centrum.
Wat mij meteen opvalt, is de eenvoudige omgeving. Een kleine stenen binnenplaats, een loopauto, en een kleurrijke muurschildering van dieren die nog enigszins de indruk geeft dat hier kinderen wonen. Geen speeltoestellen, nauwelijks speelgoed, en aan één kant ligt het terrein open door bouwwerkzaamheden.
Ik word voorgesteld aan alle kinderen en hun ouders. En Anamika neemt mij mee naar de kamer van Rekha en haar moeder. Rekha is 10 jaar oud en heeft leukemie. Ik stap de kleine kamer binnen. Er staan twee eenpersoonsbedden. Eén voor het kind, de ander voor de ouder(s). De muren opgefleurd met kindertekeningen. Rekha en haar moeder nemen plaats op een van de bedden en ik ga op mijn knieën naast hun zitten. De moeder van Rekha begint te vertellen, dat ze al eens eerder naar Kathmandu waren gekomen voor behandeling maar terug moesten naar huis. De behandeling was nog niet klaar maar ze hadden geen keus, het geld was op. En hoewel ik er niks van kan verstaan hoor ik de wanhoop in haar stem. Ze begint steeds harder te praten. Ze vertelt dat haar zus haar geld bood om terug te kunnen gaan en toen de kans kregen om in het centrum te verblijven. Hoe dankbaar ze hier voor is.
En terwijl de moeder mij dit vertelt zit Rekha naast haar te lachen, zichtbaar ongemakkelijk en verlegen. Dan trekt haar moeder haar muts af om te laten zien dat ze bijna geen haar heeft. Ik zie schaamte en ongemak op haar gezicht. Ik beeld uit haar muts weer
op te doen en beloof geen foto’s te maken zonder haar muts. Ze lacht naar me maar ik zie ook dat ze hier liever niet wil zijn. Ze wil ook gewoon naar buiten, met de andere kinderen spelen. Gewoon meedoen, gewoon kind zijn.
Later sprak ik met meerdere ouders. Hun verhalen waren zwaar, maar vooral eerlijk. Over ziekte, onzekerheid en moeilijke keuzes. Sommigen hebben hun sieraden, land of vee verkocht om hier te kunnen zijn. Er zijn vaak meer kinderen die ook moeten eten, naar school moeten, het land is nodig om van te leven, om op te werken. Waar kies je voor? Steeds weer die ene
afweging: alles opgeven voor behandeling, of teruggaan zonder hoop.
Ik zie mijn kinderen spelen met de kinderen van het centrum. Het gemak waarmee ze contact maken, een bal, een auto, meer hebben ze niet nodig. Ze lachen en maken plezier. Het is mooi om te zien hoe puur en onbevangen dat gaat, kinderen die elkaar vinden, los van alles wat er speelt. Zij voelen geen ongelijkheid maar als ik naar ze kijk weet ik dat dat wel zo is.